“Een ander oordeel zoeken dan dat van Allah Subhaanahu wa Ta’ala en Zijn Boodschapper (salla Allahu ‘alayhi wa sallam) is huichelarij.”

“Een ander oordeel zoeken dan dat van Allah Subhaanahu wa Ta’ala en Zijn Boodschapper (salla Allahu ‘alayhi wa sallam) is huichelarij.”

 

door Shaykh Ul Islaam Muhammad Ibn ‘Abd Al-Wahhaab
(rahimahu Allah)

Uit: Kitab At-Tawheed, Hoofdstuk nummer: 39

Vertaald door Oum Osama [13 Februari 2006]

bron: Kitab Wa Sunnah

 

Allah de Meest Verhevene heeft gezegd wat als volgt vertaald kan worden:

 

“Kent gij niet degenen, die beweren dat zij geloven in hetgeen u is geopenbaard en hetgeen vóór u is geopenbaard? Zij wensen recht (in hun geschillen) te zoeken bij de Taghut (valse rechters etc.) ondanks dat hun was geboden deze te verwerpen. En Satan wenst hen ver van het rechte pad te doen afdwalen.”

[Surrat An-Nisaa (4); 60]

 

“En wanneer er tot hen wordt gezegd: “Komt tot hetgeen Allah heeft nedergezonden en tot Zijn Boodschapper (Muhammed, salla Allahu ‘alayhi wa sallam)”, ziet gij dan de huichelaars zich vol afkeer van u afwenden?

[Surrat An-Nisaa (4); 61]

 

“Hoe kan het dan dat, wanneer een rampspoed over hen komt door hetgeen zij verdienden, zij zwerend tot u komen: “Bij Allah, wij beoogden niets dan het goede (te doen) en verzoening?”

[Surrat An-Nisaa (4); 62]

Hij, de Almachtige, zei wat als volgt vertaald kan worden:

 

“Wanneer hun wordt gezegd: “Richt geen onheil op aarde aan” dan zeggen zij: “Wij zijn slechts vredestichters.”

[Surrat Al-Baqarah (2); 11]

Allah, de Geprezene, zei wat als volgt vertaald kan worden:

 

“En schept geen wanorde op aarde, nadat zij is geordend en roept Hem met vrees en hoop aan. Voorzeker, de Barmhartigheid van Allah is de goeden nabij.

[Surrat Al-A’raaf (7); 56]

Allah, de Almachtige, zei wat als volgt vertaald kan worden:

 

“Wensen zij het oordeel van onwetendheid? En wie is een betere rechter dan Allah voor een volk dat zekerheid van geloof bezit?”

[Surrat Al-Maaidah (5); 50]

‘Abd-Allah bin ‘Amr Al-‘Aas (radiya Allahu ‘anhu) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allah (salla Allahu ‘alayhi wa sallam) zei:

 

“Niemand van jullie gelooft werkelijk totdat zijn begeerte in overeenstemming is met datgene waar ik mee ben gekomen.”

[An-Nawawi heeft deze Hadeeth Saheeh verklaard en opgenomen in Kitaab Al-Hujjah met een betrouwbare keten van overleveraars.]

Sha’bi heeft gezegd: “Er was een geschil tussen een Jood en een Munaafiq (hypocriet). De jood zei: “Laten wij een oordeel zoeken bij Muhammad,” want hij wist dat hij (salla Allahu ‘alayhi wa sallam) geen steekpenningen (omkoopgeld) aannam. De hypocriet zei: “Laten wij een oordeel halen bij de Joden”, omdat hij wist dat deze steekpenningen accepteerden. Beiden gingen ermee akkoord om hun zaak voor te leggen aan een waarzegger in Juhaynah. Naar aanleiding van deze gebeurtenis werd de volgende vers geopenbaard:

 

“Kent gij niet degenen, die beweren dat zij geloven in hetgeen u is geopenbaard en hetgeen vóór u is geopenbaard? Zij wensen recht (in hun geschillen) te zoeken bij de Taghut (valse rechters etc.) ondanks dat hun was geboden deze te verwerpen. En Satan wenst hen ver van het rechte pad te doen afdwalen.”

[Surrat An-Nisaa (4); 60]

Sommigen zeiden dat er een geschil was tussen twee mannen. Eén van hen zei: “Laten wij ons geschil voorleggen aan de Profeet (salla Allahu ‘alayhi wa sallam) voor een oordeel” maar de ander zei: “Leg het voor aan Ka’b Ibn Al-Ashraf”. Daarna kwamen beiden naar ‘Umar (radiya Allahu ‘anhu). Eén van hen vertelde hem het verhaal, waarop hij degene die weigerde het geschil voor te leggen aan de Profeet (salla Allahu ‘alayhi wa sallam) vroeg: ‘Is het waar (wat de andere zei)?’ Hij zei: ‘Ja’. Vervolgens sloeg hij (‘Umar, radiya Allahu ‘anhu) hem met zijn zwaard en doodde hem.


Belangrijke punten in dit Hoofdstuk


[1] Uitleg van de vers in Surrat An-Nisaa [4:60] met nadruk op het begrip van Taghut.

[2] Uitleg van de vers in Surrat Al-Baqarah [2:11]:

“Wanneer hun wordt gezegd: “Richt geen onheil op aarde aan……..”

[3] Uitleg van de vers in Surrat Al-A’raaf [7:56]:

“En schept geen wanorde op aarde, nadat zij is geordend……”

[4] Uitleg van de vers in Surrat Al-Maaidah [5:50]:

Wensen zij het oordeel van onwetendheid?….”

[5] De vermelding van Sha’bi (radiya Allahu ‘anhu) over de gebeurtenis voorafgaand aan de openbaring van Vers 4:60.

[6] Het verschil tussen ware Imaan en het valse geveinsde geloof.

[7] Het incident met ‘Umar (radiya Allahu ‘anhu) en de Munaafiq (hypocriet).

[8] Niemand verkrijgt Imaan totdat al zijn wensen in overeenstemming zijn met datgene waarmee de Boodschapper van Allah (salla Allahu ‘alayhi wa sallam) is gekomen.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: